“Taal is mijn thuis. Waar ik de mensen spreek, voel ik mij thuis.”

Er was eens een dag. Op die dag ontving ik een uitnodiging om de Opening van de Week van de Alfabetisering 2014 bij te wonen. Dat op zich is al een geweldige ervaring, maar om dan te lezen dat oud-minister van Bijsterveldt (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) en H.K.H. Prinses Laurentien de opening bijwonen en zelfs actief omlijsten met een betoog tegen laaggeletterdheid, maakt mijn dag zonnig.

Hoe dit zo gekomen is? Als groot voorstander van (voor)lezen, heb ik ergens halverwege de druilerige zomer van dit jaar, 2014, meegedongen in de wedstrijd ‘Tijd voor Taal-projecten’. Deze projecten konden bestaande projecten zijn, of nieuwe ideeën om het belang van taal te onderstrepen. Als auteur van o.a. kinderboeken, weet ik dat voorlezen ontzettend leuk, leerzaam maar ook nodig is. Voorlezen is nodig.ballen1

Als dochter van analfabete ouders, weet ik hoe het is als je je geïsoleerd voelt omdat je niet kan lezen en schrijven. Zonder overigens mijn vader tekort te doen. Hij is zoals ik het noem, half-analfabeet. Hij kan cijfers en eenvoudige woorden ontcijferen, is als vader van 6 kinderen zeer economisch ingesteld en kan zich redelijk redden in zijn nieuw gekozen thuisland. Hoe eenvoudig of ingewikkeld die keus was, zal ik nooit kunnen bevatten, maar ik weet als dochter van een arbeidsmigrant wel dat mijn vader die stap nam om zijn kinderen decennia later met trots allerlei diploma’s te zien halen.
En natuurlijk wil ik op de foto met prinses Laurentien, als het schikt. Voor een analfabeet zegt een foto immers meer dan een boek. Voor mij zegt een foto meer dan 1000 woorden, zogezegd, maar ik kan lezen en schrijven. En jawel, woorden vinden hun weg, bloggen is daar een goede vriend(in) bij gebleken.

Nu ja, goed, laten we maar eens de draad weer oppakken van de uitnodiging van de Wvda2014. Mijn inzending om een kinder/prentenboekje te maken over en voor tweetalige kinderen heeft helaas geen nominatie opgeleverd en ik zal dus ook geen subsidieprijs in ontvangst mogen nemen.

Maar het levert mij wel de uitnodiging op. Ik neem gauw contact op met de organisatoren. Of ik mijn kompaan Sandra van Baats ontwerp, illustrator van ‘mijn’ kinderboeken, mag meenemen. Ja. hoor, is het antwoord. Fijn!
En daar togen wij richting Den Haag, op de mooie maandagochtend van 8 september 2014. Allebei met eigen vervoer, komend vanuit andere delen van het land. Daar in de prachtige Centrale Bibliotheek van Den Haag, wacht ik op Sandra. Er gaat van alles door mijn hoofd. Ja, daar sta je dan. Met een heerlijk gevoel van verwachting en vreugde. Zoveel moois staat er te gebeuren deze week. Een voorleesrecord, allerlei voorleesmomenten in bibliotheken en nieuwe ontmoetingen tussen mensen met nieuwe synergie en liefde voor taal.

ballen3Daar komt Sandra aangelopen, mijn mijmeringen maken plaats. Fijn mens, andere levens, een andere plek waar onze wieg stond (het scheelt zo’n 3000 kilometer, twee verschillende werelddelen), maar een feest van herkenning. Ze heeft als geen ander mijn visie weten te ‘vangen’ toen ik aan haar keukentafel schetste hoe ik voor mij zag dat we een kinderboekje zouden maken waar kinderen met een andere culturele achtergrond plezier aan zouden beleven. En dat door de herkenning met het interculturele thema de ouders het met plezier zullen voorlezen. In de gevallen dat voorlezen niet mogelijk is, kan de mama of papa de mooie illustraties gebruiken om in woord het verhaal aan de kinderen te vertellen. Ik vraag elke avond aan mijn interculturele, tweetalige, kinderen welk boek ik of papa zullen voorlezen. Alle boeken zijn leuk, maar het boekje van mama over het Suikerfeest is wel favoriet.
Voorlezen was bij ons in mijn jeugd namelijk geen vast moment van de dag. Er was helemaal geen moment voor voorlezen. Ik tel natuurlijk niet de momenten mee dat ik en andere broers en zussen de brieven voorLAZEN aan onze ouders, als er post kwam. Ik wist al vroeg in mijn leven wat de belastingdienst voor taken had, wanneer mijn ouders een rekening betaald hadden en wanneer ze naar de tandarts moesten.

De winnaars krijgen de Tijd voor Taal subsidieprijs uitgereikt en mogen aan de slag om nog meer mensen en kinderen te helpen spellen en gezonder te leven. Goed zo! Ik neem na de officiële gelegenheden maar eens een frisje. Ik bedenk me dat het woord ‘jus’tje’ maar eens in de Dikke van Dale opgenomen moet worden. Zou dat mijn bijdrage van vandaag kunnen zijn?
Ik besluit maar eens op prinses Laurentien af te stappen en haar te vragen om een fotomoment. Al jaren ondersteun en bewonder ik haar inzet tegen laaggeletterdheid. Het commentaar van het thuisfront na het zien van de foto, van mij en de prinses, is dat zij ook maar een ‘gewoon’ mens is. Ja, inderdaad. Naast ‘gewoon’ mens, is zij moeder, dochter, echtgenote en werkende vrouw. En het ‘gewone’ koninklijke gezicht van Taal. En de Kracht van Taal. Daar zijn wij ‘gewone’ mensen maar wat blij mee!

(Deze blog is geschreven naar aanleiding van de Opening van de Week van de Alfabetisering, september 2014)